Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker – hoe het afliep

Onlangs schreef ik een update over mijn belevenissen in de molen van ziekenhuisbezoeken vanwege afwijkende cellen in mijn baarmoeder. Omdat ik hier al ruim 5 jaar mee loop werd het tijd om er iets aan te doen voor ik geen keus meer zou hebben: ik onderging een lisexcisie. In dit artikel vertel ik je hoe het is gegaan en hoe belangrijk het is je te laten onderzoeken. En mocht je vrezen voor bloederige details: die laat ik achterwege. 😉

Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker

In Nederland wordt iedere vrouw vanaf haar dertigste uitgenodigd om deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Dat onderzoek bestaat uit een uitstrijkje bij de huisarts, waarbij wordt gekeken of het HPV virus aanwezig is en of er afwijkende cellen zijn. Dit uitstrijkje is iets waar veel vrouwen erg tegenop zien. Zo erg, dat ze het uitstellen of helemaal niet gaan. Je kunt er ook voor kiezen om een thuistest aan te vragen. Hoe dan ook wil ik je bij deze al met klem op het hart drukken dat het zo belangrijk is om hoe dan ook een uitstrijkje te laten nemen: hoe vroeger je bij eventuele foute boel er bij bent, hoe beter. Want het gemene van afwijkende cellen en het voorstadium van baarmoederhalskanker is dat je er niets van merkt.

Na het uitstrijkje

Na het uitstrijkje dat bij de huisarts wordt afgenomen (lees hier meer over hoe dat in zijn werk gaat) wordt het afgenomen materiaal onderzocht in het laboratorium. Na ongeveer 4 weken ontvang je per brief de uitslag. Is alles in orde, dan krijg je 5 jaar erna weer een uitnodiging. Is er iets mis met het uitstrijkje, dan wordt het nogmaals herhaald. Is het dan weer niet in orde, dan wordt (afhankelijk van de ernst van de afwijking) het lichaam een half jaar de tijd gegeven om afwijkende cellen zelf op te ruimen. Als na dat half jaar blijkt dat de afwijkende cellen er nog steeds zijn, dan wordt je doorverwezen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek.

Hoe dat bij mij ging

Bovenstaande is hoe het bij mij ging. Na meerdere uitstrijkjes en steeds een half jaar wegblijven uit het ziekenhuis bleven de afwijkende cellen maar aanwezig in mijn baarmoederhals. Ik heb in het vorige artikel beschreven hoe dat ging. Onlangs bleek na onderzoek dat de ernst van de cellen verhoogd was. Deze wordt ingedeeld als CIN. Ik was van CIN 1 (lichte afwijking) naar CIN 2 (matige afwijking) gegaan. Tijd voor actie, want wanneer er niet wordt ingegrepen is het zo goed als zeker dat de cellen uitgroeien tot kanker. Dan zou ik geen keuze meer hebben.

De volgende stap: lisexcisie

Het was me al vaker aangeboden door de artsen in het ziekenhuis: een lisexcisie waardoor ik van de halfjaarlijkse bezoeken, uitstrijkjes en vervelende kolposcopie onderzoeken af zou zijn. Het zou onder plaatselijke verdoving uitgevoerd worden: een ingreep waarbij een deel van mijn baarmoederhals werd weggehaald waarbij meteen ook de afwijkende cellen.

Van nee naar ja

Ik zei steeds nee, omdat ik erg bang was voor de ingreep. Ik ben onwijs bang voor naalden en het leek me gewoon zo naar. Maar de laatste arts die ik erover sprak heeft me overgehaald en ook het feit dat ik van CIN 1 naar CIN 2 was gegaan zorgde voor een omslag. De afspraak werd gemaakt en de datum kwam steeds dichterbij. Ik kreeg veel berichtjes (na mijn artikel en social media posts) van vrouwen die het ook hadden ondergaan. De ervaringen liepen enorm uiteen. Van ontzettend tegenvallen met complicaties en veel napijn en weken uit de roulatie zijn tot niets van gevoeld, viel 100% mee. Waar moest ik nu op af gaan? Door die berichtjes begon ik dagen ervoor te twijfelen. Ik zou zoals vrijwel altijd in mijn eentje er naartoe gaan met de metro, maar zou ik erna wel in staat zijn om thuis te komen? Gelukkig kon Fabien last minute vrij krijgen en kon hij met me mee. Dat scheelde enorm.

Niets willen weten

Vooraf had ik bij de bevestiging van de afspraak per post een folder opgestuurd met uitleg over de ingreep. Ik heb deze niet gelezen, want ik wilde niet weten hoe het exact in zijn werk zou gaan. Het enige wat ik van te voren wist is dat ik 4 verdovingsprikken zou krijgen en dat het ongeveer een kwartier zou duren. Volgens de arts die mij wist over te halen zou het niet veel verschillen van de kolposcopie behandelingen die ik al eerder had ondergaan, maar dan met verdoving.

Dinsdag: De Dag

En toen was het dinsdag 23 juli 2019. De dag. Ik was onwijs zenuwachtig, maakte me ontzettend zorgen. Wat nou als er iets mis gaat? Heb ik dit niet enorm onderschat? Zo gespannen als een veer nam ik ’s ochtends plaats in de wachtkamer, waar ik rond elf uur opgeroepen zou worden. En daar was hij: de arts. Hij schudde mijn hand, stelde zich voor en toen we samen de gang inliepen zei hij meteen: volgens mij ben jij heel nerveus. Dat had hij goed gezien, dat was ik dus ook.

We gingen eerst zitten in de behandelkamer waar twee vrouwen waren: een verpleegster en ik vermoed een studente. De arts vroeg waar ik het meeste tegenop zag. “De prikken”, bracht ik uit met een bibberstem. Hij zei dat hij zich dat helemaal kon voorstellen, want die waren inderdaad niet fijn maar daarna zou ik wel het ergste gehad hebben. “Jij kan dit”, zoiets zei hij, “wij gaan je er doorheen helpen en wanneer je het niet meer trekt of pijn hebt stoppen we even”. Dat gaf vertrouwen. Ik gaf aan de arts aan dat ik niets wilde weten van wat hij ging doen. Daar had hij begrip voor, maar hij zei dat ik dan misschien wel zou schrikken van bepaalde geluiden en dat het wel belangrijk was dat ik me zo min mogelijk bewoog. We hebben toen afgesproken dat hij niet zou zeggen wát hij ging doen, maar welk geluidje ik kon verwachten. Hij zou ieder geluidje van te voren even laten horen (van het instrument) zodat ik wist wat ik kon verwachten. Zo fijn dit!

De ingreep

Ik nam plaats in de bekende grote witte stoel, die gekanteld werd zodat mijn onderlichaam iets omhoog ging. De verpleegster kwam meteen naast me staan, pakte mijn hand en begon op me in te praten. Wat was zij tof en wat ben ik haar dankbaar. Op mijn vraag (want ik had inmiddels ook een traantje laten vloeien) of er ‘meer patiënten zoals ik’ waren hoorde ik direct ik koor de arts en de verpleegster roepen: ooooh jawel! Dat alles bij elkaar, het begrip en het steunen zorgde ervoor dat het te doen was allemaal. Ik kreeg voor de arts begon een grote plakker aan de zijkant van mijn bovenbeen, dit was om het ‘ministroompje te geleiden’ las ik later. Het eerste wat de arts ging doen, en dat was bekend terrein omdat dat ook bij de eerdere kolposcopie behandelingen zo begon, was het inbrengen van een speculum en de baarmoedermond met een azijnoplossing natmaken. Hierbij lichtten de afwijkende cellen op.

De verdoving

En toen was het tijd voor dat waar ik zo tegenop zag: de verdoving. Ik wist van tevoren dat ik zou moeten hoesten tijdens het zetten van de prik: zo zou ik er weinig tot niets van voelen. Vier keer heb ik op commando hard gehoest en eerlijk waar: ik heb bij alle vier de verdovingen niets gevoeld. Wat een opluchting! Nog steeds was ik gespannen en nerveus, maar het ergste zou er nu op zitten. Wat ik wel eng vond, en daarvoor was ik gewaarschuwd: direct na het verdoven krijg je het heel warm en gaat je hart sneller kloppen. Dit komt door de adrenaline in de verdoving, dit merk ik zelf bij de verdoving die de tandarts geeft ook altijd. Gelukkig trok het snel weg, want ik vond dat geen prettig gevoel.

De behandeling

De behandeling bestaat uit het weghalen van de afwijkende cellen. Dat gebeurt met een lis, vandaar de naam lisexcisie. En dat is vrijwel alles wat ik er van wilde weten. Ik zou volgens de arts tijdens het weghalen een geur kunnen ruiken die te omschrijven viel als gegrilde kip. Er kwam een grapje bij me op over het feit dat ik veganist ben, maar ik liet die maar achterwege.

Support

Tijdens de ingreep stelde de verpleegster me allerlei gerichte vragen. Dat hielp, het leidde me af, al antwoordde ik soms snikkend. “Ga je nog op vakantie?, waar naar toe, oh Walt Disney World wat leuk daar ben ik ook geweest, wat was je favoriete park, met wie ga je dan, was je bezoek vorig jaar je eerste keer”, enzovoort.

Klaar

“Klaar!” hoorde ik ineens, veel sneller dan ik had verwacht. “Wat? Zit het er op? Was dit het?” Ja! Dat was het! Wat bizar, ik lag voor mijn gevoel hier nu pas 1 minuut. De stoel werd langzaam weer rechtop gezet en ik voelde zoveel opluchting over me heen komen. In mijn ooghoek had ik het al gezien: een tafeltje links van me met een iets bruins in een wit bakje. “Het zit er op, ik heb het gedeelte weggehaald”, zei de arts, “dat stukje gaan we op kweek zetten”. Stukje? Ik had serieus gedacht dat er een letterlijke plak weggehaald zou worden, over de hele lengte. Dat bleek verre van zo te zijn: het ging dus maar om een vrij klein gebied.

Wil je het zien?

“Wil je het zien?” vroeg de arts. Ik knikte. Hij wees naar het bakje naast me. Daar lag een stukje vlees dat zich het beste laat omschrijven als een stukje soepvlees die ik mijn moeder vaak in de soep zag doen. Ter grootte van een stuiterbal, donkergekleurd. Er was een metalen prikker in gestoken waardoor het echt wat weg had van een hapje. Wat bizar om zoiets te zien liggen dat zojuist uit je lichaam is gehaald. Ik vond het fascinerend en twijfelde voor een seconde of ik zou vragen of ik een foto mocht maken (puur voor mezelf) maar durfde dat echt niet, haha. Ik ben wel blij dat ik het gezien heb. Het gaat nu op kweek en over twee weken krijg ik telefonisch te uitslag. Dan is bekend welke CIN dit stuk heeft en aan de hand daarvan wordt besloten of ik verder behandeling nodig heb of pas over een half jaar terug hoef te komen voor een uitstrijkje.

UPDATE 13 augustus 2019: inmiddels heb ik de uitslag gehad en alles was goed. Ik mag over een half jaar weer terug komen voor een uitstrijkje om te zien of alles is weggehaald!

Napijn en nabloeden

Ik kreeg een folder mee met uitleg over de behandeling en wat ik nu erna kon verwachten. In het kort zou ik wat napijn kunnen krijgen en lichte bloeding. Ik heb beiden niet gehad, gelukkig. Al klop ik nu even af, want het nabloeden nog gebeuren op het moment dat ik dit schrijf.

100% meegevallen

Echt: het is me 100% meegevallen. Okay, 99% omdat dat warme gevoel en mijn hart die sneller ging kloppen na de verdoving niet prettig was. Wat heb ik me van tevoren druk gemaakt. Natuurlijk zullen er ook gevallen zijn waarbij het niet zo soepel verloopt. Maar in mijn geval kan ik me volledig aansluiten bij de artsen die ik over lisexcisie heb gesproken die me beloofden dat het me mee zou vallen.

Ga!

Ik kan het niet vaak genoeg zeggen en daarom zeg ik het nu weer: mocht je een oproep krijgen voor het bevolkingsonderzoek, ga. Zie je op tegen het uitstrijkje en is dat voor jou een reden om niet te gaan, vraag dan een thuistest aan. Maar laat je onderzoeken, nu heb je nog de keuze, misschien wanneer het te laat is niet meer.

Deel:
Vorig artikel Volgend artikel

2 reacties

  • Reply Zina

    Wat fijn (en dapper!) dat je hier over schrijft. Ik denk dat je heel veel vrouwen hiermee helpt en over de streep trekt om wél gehoor te geven aan de oproep.

    27 juli 2019 at 15:02
  • reageer